1. Doel van het spel


Straight is een aankondigingsspel. Er wordt gespeeld met de witte speelbal
en de vijftien genummerde ballen 1 tot en met 15. Een speler krijgt punten voor
geldig gepotte ballen en mag verderspelen tot hij er niet langer in slaagt een
aangekondigde bal geldig te potten of totdat hij een foul begaat.
De speler die als eerste het vooropgezette puntentotaal bereikt, wint het spel.


2. Aankondigen


De speler aan stoot moet bij elke stoot van minstens één van de ballen vooraf
aankondigen in welke pocket hij gepot zal worden. Hoe dat zal gebeuren , direct of
indirect, via één of meerdere banden, via een ‘bricole’ (losse-band-stoot), ... dient
nooit aangegeven te worden.
Voor de hand liggende ballen en pockets moeten niet aangekondigd worden, tenzij
de scheidsrechter of de tegenspeler daar expliciet om vraagt. Stoten via banden en
combinatiestoten worden nooit als voor de hand liggend beschouwd en zullen dus
steeds aangekondigd moeten worden.


3. De openingsconfiguratie


Het opleggen van de ballen gebeurt met behulp van een gebruikelijke driehoek met
de top op het voetpunt. De 1-bal legt men , vanuit het oogpunt van de oplegger , op
het rechter-hoekpunt, de 5-bal komt op het linker-hoekpunt. De overige ballen
worden willekeurig gelegd en moeten hun buren raken.
De witte speelbal komt op eender welke plaats achter de hoofdlijn.


4. De openingsstoot


De openende speler moet:
• ofwel van één bal aankondigen in welke pocket die gepot zal worden én
daarin ook slagen
• ofwel de witte speelbal eender welke genummerde bal laten raken en
vervolgens de speelbal en minstens twee genummerde ballen minstens één
band laten raken.
Slaagt de speler in het maken van een geldige opening, dan wordt verder gespeeld
met de ballen in de posities waarin ze stil kwamen te liggen. De openende blijft zelf
aan beurt indien hij één of meerdere ballen gepot heeft, anders is zijn tegenspeler
aan de beurt.
Voldoet men niet aan de eisen, dan maakt men een ‘openingsfoul’, waarvoor de
speler twee strafpunten krijgt, die van zijn puntentotaal worden afgetrokken. De
tegenspeler heeft dan de keuze:
• de positie op de tafel aanvaarden en zelf verder spelen
• de ballen terug laten opleggen en dezelfde speler opnieuw laten openen
Deze keuze wordt steeds opnieuw gemaakt totdat er geldig geopend wordt of tot de
tafel in positie aanvaard wordt. Telkens men ongeldig opent, krijgt men twee
strafpunten.
Openingsfouls zijn géén gewone fouls en tellen dan ook niet mee voor 3-foul-regel
(zie verder): men mag dus drie of meer opeenvolgende ongeldige openingsstoten
spelen zonder dat men het spel verliest.


5. De witte speelbal potten bij en voor de rest geldige opening


Indien een speler de speelbal pot bij een voor de rest geldige openingsstoot, dan
• maakt hij géén openingsfoul, maar een gewone foul
• wordt één strafpunt toegekend
• telt de foul mee voor de 3-foul-regel
• krijgt de inkomende speler krijgt de bal in de hand achter de hoofdlijn met
de genummerde ballen op de posities waar ze tot stilstand kwamen.


6. Score


Indien een speler in een geldige stoot (zie verder) de aangekondigde bal in de
aangekondigde pocket pot, krijgt hij één punt voor elke in die stoot gepotte bal.


7. De geldige stoot: definitie


Bij iedere stoot moet nà het contact van de witte speelbal met een genummerde bal:
• ofwel minstens één genummerde bal gepot worden ¾ eender dewelke
maar minstens de aangekondigde in de aangekondigde pocket als men aan
de beurt wil blijven
• ofwel de witte speelbal of minstens één genummerde bal minstens één band raken
In het geval van genummerde ballen die ‘vast’ tegen een band liggen, gelden extra
bepalingen.
‘Bricoles’ (losse-band-stoten) zijn toegestaan, maar nà het contact van de witte
speelbal met een genummerde bal moet nog steeds een genummerde bal gepot
worden of moet de witte of een genummerde bal een band raken.
Voldoet men niet aan deze vereisten, dan begaat men een foul.
Na uit uitvoeren van een geldige stoot waarbij de aangekondigde bal niet in de
aangekondigde pocket gepot werd, gaat de beurt gewoon over op de tegenspeler.


8. Safety-stoten


Omwille van tactische redenen kan een speler verkiezen om wél een bal te potten
maar daarna toch niet aan de beurt te blijven. Hij kondigt dan een ‘safety-stoot’ aan.
Verzuimt de speler om de safety expliciet aan te kondigen en worden één of
meerdere ballen gepot, dan moet de speler daarna zelf verder spelen. Een
safetystoot is een geldige stoot, met alle daarbij geldende eisen (zie definitie).
Ballen die gepot worden bij een safety-stoot leveren géén punten op en worden terug
gespot.


9. Ongeldig gepotte ballen


Onder ongeldig gepotte ballen verstaat men gepotte ballen waarbij
• of bij dezelfde stoot een foul gemaakt werd
• of de bal in een niet-aangekondigde pocket gepot werd
• of de bal gepot werd tijdens een safetystoot
De twee laatst genoemde ongeldig gepotte ballen betekenen géén foul.
Ongeldig gepotte ballen worden terug gespot.


10. Na het potten van de veertiende bal


Wanneer een speler de veertiende bal van een rack correct pot, stopt het spel met
de vijftiende bal in zijn positie op de tafel. De veertien gepotte ballen worden dan
terug opgelegd , met een open plaats op het voetpunt , en de speler zet vervolgens
zijn beurt verder. Daarbij moet hij niet op de vijftiende bal spelen; hij mag eender
welke bal aanspelen.
De navolgende tabel geeft aan wat dient te gebeuren als de vijftiende samen met de
veertiende bal gepot wordt of indien de vijftiende (niet-gepotte) bal en/of de speelbal
het laten zakken van de driehoek om de ballen terug op te leggen hindert:

Speelbal
®
15de bal
In de driehoek Niet in de driehoek,
niet op het hoofdpunt
Op het hoofdpunt *
In de driehoek 15de bal: voetpunt
Speelbal: hoofdveld
15de bal: hoofdpunt
Speelbal: in positie
15de bal: centerpunt
Speelbal: in positie
Gepot 15de bal: voetpunt
Speelbal: hoofdveld
15de bal: voetpunt
Speelbal: in positie
15de bal: voetpunt
Speelbal: in positie
In het hoofdveld,
niet op het hoofdpunt
15de bal: in positie
Speelbal: hoofdpunt
   
Niet in het hoofdveld
en niet in de driehoek
15de bal: in positie
Speelbal: hoofdveld
   
Op het hoofdpunt * 15de bal: in positie
Speelbal: centerpunt
  * Op het hoofdpunt
betekent in de weg om
een bal te spotten

11. Ballen vast tegen of vlak bij een band


Als een genummerde bal niet vast ligt tegen een band, maar er voor de
scheidsrechter toch minder dan één baldiameter vanaf ligt , de scheidsrechter zal dit
indien nodig nameten , dan mag eenzelfde speler slechts twee opeenvolgende
geldige safety-stoten spelen op die bal met gebruik van enkel die ene band. Bij zulk
safety-spel zal deze genummerde bal voor de volgende beurt beschouwd worden als
vastliggend tegen de band en zijn de voorschriften van de algemene regels van
toepassing als de speler als eerste contact van de speelbal deze genummerde bal
kiest voor zijn derde stoot.
Als een speler een foul begaan heeft bij de stoot onmiddellijk vóór het spelen van
zulke bal, dan moet hij dadelijk voldoen aan de voorschriften voor ballen vast tegen
de band. Zo moet hij ook onmiddellijk aan deze
voorschriften voldoen als hij reeds op twee fouls staat. Als een speler dan niet aan
deze voorschriften voldoet, wordt hem een derde opeenvolgende foul toegekend en
wordt de overeenkomstige puntensanctie opgelegd tezamen met de puntenaftrek
van de voorgaande fouls. De vijftien ballen worden dan opnieuw opgelegd en de
speler die de fouls beging moet dan openen zoals bij de aanvang van het spel.


12. Genummerde ballen van de tafel spelen


Wanneer tijdens een stoot één of meerdere ballen van de tafel gespeeld worden, dan
maakt men een foul. Alle van de tafel gespeelde ballen worden terug gespot van
zodra alle ballen op de tafel tot stilstand zijn gekomen.


13. De speelbal potten of van de tafel spelen


De inkomende speler krijgt de bal in de hand achter de hoofdlijn, tenzij het om een
vrijwillige foul of om de derde opeenvolgende foul gaat (zie verder) waardoor er
andere keuzes of procedures gelden.


14. Straffen voor fouls


Voor iedere foul wordt één punt afgetrokken.
Opgelet: er zijn strengere straffen voor opzettelijke fouls en voor drie opeenvolgende
fouls (zie verder).
De inkomende speler moet verder spelen vanuit de positie waarin de ballen tot
stilstand gekomen zijn, tenzij in de navolgende gevallen waarbij hij de bal in de hand
achter de hoofdlijn krijgt:
• de witte speelbal werd van de tafel gespeeld
• de witte speelbal werd gepot
Gaat het om een opzettelijkje foul of om de derde opeenvolgende foul, dan heeft de
inkomende speler extra keuzes.
Als een speler foult tijdens een stoot waarin géén aangekondigde ballen geldig gepot
werden, dan wordt het strafpunt afgetrokken van de score bij het einde van de vorige
beurt. Pot een speler een bal in dezelfde stoot als die waarin hij foult, dan wordt de
bal terug gespot, worden géén punten toegekend voor de in die bewuste stoot
gepotte bal(len) en wordt het strafpunt afgetrokken van het aantal in de beurt reeds
gepotte ballen of , indien het de eerste stoot van de beurt was , van de score na de
vorige beurt.
Het aftrekken van strafpunten kan aanleiding geven tot negatieve scores.


15. Bal in de hand achter de hoofdlijn


Als een speler de witte speelbal in de hand heeft achter de hoofdlijn (na het potten of
van de tafel spelen van de speelbal), dan dient hij zich te houden aan de daarbij
geldende voorschriften (zie algemene regels).
Als àlle genummerde ballen zich in het hoofdveld bevinden, dan heeft hij de keuze:
• gewoon verder spelen , met in acht name van de eisen (qua wégspelen uit
het hoofdveld, ...)
• de genummerde bal die het dichtst bij de hoofdlijn ligt laten spotten (op het
voetpunt)
Als twee of meer ballen op eenzelfde afstand van de hoofdlijn liggen, te bepalen door
de scheidsrechter, dan mag de speler kiezen welke daarvan gespot zal worden.


16. 3-Foul-regel


Wanneer een speler bij drie opeenvolgende stoten een foul maakt:
• krijgt hij vijftien strafpunten
• worden de ballen allemaal terug opgelegd en moet de foulende speler
openen volgens de regels van een gewone opening
• wordt zijn strafregister terug op nul gezet


17. Opzettelijke foul


Een speler mag een bal die in de richting van een pocket of de driehoek loopt, nooit
vastnemen, aanraken, of op eender welke wijze beïnvloeden. Zijn hand in een
pocket steken om zo een bal waarvan men ‘zeker’ is dat hij in de pocket gaat rollen,
op te vangen is eveneens niet toegestaan.
Doet men zulks toch, dan maakt men een opzettelijke foul. Die wordt bestraft met
zestien strafpunten: één voor de foul en vijftien voor het opzettelijke karakter ervan.
De inkomende speler mag kiezen:
• ofwel de positie op de tafel aanvaarden en met de speelbal in de hand
achter de hoofdlijn verder spelen
• ofwel de vijftien ballen opnieuw laten opleggen en de speler die de foul
beging laten openen onder de regels voor een gewone opening
Wanneer er géén officiele referee het spelverloop regelt, en de tegenstrever als
dusdanig fungeert, kan deze nooit een opzettelijke fout maken, (zoals het per
ongeluk racken van de 15de bal, enz.., indien dit echter meermaals en met opzet zou
gebeuren, kan een buitenstaander gevraagd worden de wedstrijd verder te leiden.)