HET MATERIAAL


DE STANDAARD TAFEL

Afmetingen

De speeloppervlakte tussen de banden dient 11ft 8 ½ inch x 5ft 10 inch (3500mm x 1750mm) te
zijn, met een maximum toegestane afwijking van +/- ½ inch (12,7mm).

Hoogte

De hoogte van de tafel, gemeten van de vloer tot de bovenzijde van de band ligt tussen
2ft 9 ½ inch en 2ft 10 ½ inch (850 / 875 mm).

Pocket Openingen

Er zijn pockets in de hoeken (twee aan het spoteinde, dit zijn de ‘top pockets’ en twee aan het
einde van de basis, ‘beneden pockets’ genaamd) en in het midden van de lange banden, dit zijn
de ‘midden pockets’. De pocket-openingen moeten conform ‘templates’ zijn, toegelaten door de
B&SCC (Billards and Snooker Control Council).

Basislijn en Basis

Een rechte evenwijdige lijn, getekend op 29 inch (700mm) van de benedenband (15 1/5 deel van
de lengte van het speelvlak) wordt de ‘basislijn’ genoemd, de ruimte tussen de benedenband en
de basislijn is de basis.

De ‘D’

De ‘D’ is een halve cirkel getekend in de basis, met het middelpunt in het midden van de basislijn
en met een straal van 11 ½ inch (292mm; 1/6 deel van de breedte van het speelvlak).

Spots

Vier spots zijn aangebracht op de middellijn over de lengte van de tafel.
- de Spot: 12 ¾ inch (320mm, =/- 1/11 deel van de lengte van het speelvlak) van de topband
naar beneden, loodrecht gemeten;
- de Middenspot: boven het middelpunt van de tafel, op gelijke afstand van de korte banden en
van de middenpockets.
- de Piramidespot: op het midden tussen de middenspot en de topband:
boven het midden van de basislijn.


DE BALLEN

De ballen moeten een diameter van 52,5mm (2 1/16 inch) hebben met een toegestane afwijking
van + 0,05 en - 0,08mm.
De ballen moeten gelijk van gewicht zijn met een maximum toegestane afwijking van 3gr per
snookerstel (22 ballen) en 0,5gr per biljartstel (3 ballen).
l Een stel ballen mag vervangen worden met de goedkeuring van de spelers of na een
scheidsrechterlijke beslissing.


DE KEU

De keu mag niet korter zijn dan 910mm (3ft), en mag geen wezenlijke uiterlijke verschillen
vertonen met de traditionele en algemeen aanvaarde vorm.


HULPSTUKKEN

Steunen mogen gebruikt worden om de keu van een brug te voorzien.
l De speler is verantwoordelijk voor zowel het plaatsen als het verwijderen van de steunen
op de tafel.
l Een speler zal niet bestraft worden, indien een voorstuk van een steun eraf valt en een bal
raakt. Dit betekent echter niet, dat een speler er niet voor moet waken, de bal alleen met
de pomerans te raken.


BEPALINGEN

Frame
Een ‘frame’ is beëindigd, wanneer
- een van de spelers opgeeft of
- de zwarte bal uiteindelijk gepot is of er een fout gemaakt wordt als alleen zwart en de speelbal
nog op tafel zijn.
Game (spel)
Een game is een overeengekomen aantal frames.
Match (wedstrijd)
Een match is een overeengekomen aantal games.
Ballen
- de witte bal is de speel (cue-)bal;
- de 15 rode en
- 6 gekleurde ballen zijn objectballen.
Striker (stoter)
Degene die speelt of gaat spelen wordt de striker genoemd en blijft dit tot de stroke of break
beëindigd is.
Stroke (stoot)
Een stroke is gemaakt wanneer de striker de speelbal met de pomerans aanstoot.
Een stroke is geldig wanneer aan de volgende voorwaarden voldaan is:
- op het moment van aanstoten van de speelbal, moeten alle ballen stilliggen en zonodig alle
kleuren correct op hun ‘spot’;
- de speelbal moet niet geduwd maar gestoten worden;
- de speelbal mag slechts eenmaal geraakt worden in een stroke;
- op het moment van de stroke moet tenminste één voet van de striker de grond raken;
- de striker mag geen enkele andere bal raken dan de witte speelbal;
- geen enkele bal mag van de tafel afspringen.
Een stroke is ten einde als alle ballen stilliggen en de scheidsrechter beslist heeft dat de striker
de tafel heeft verlaten.
In-hand
De speelbal is ‘in-hand’, wanneer hij in een pocket of van de tafel gesprongen is. De bal blijft inhand,
totdat hij uit de ‘D’ gespeeld wordt of tot er een fout gemaakt wordt.
In-play
De speelbal is ‘in-play’ wanneer hij niet in-hand is.
Objectballen zijn in play, wanneer zij op de spots liggen en blijven dit to zij in de pocket komen of
van de tafel gespeeld worden.
l Het gebruik van de keu om de speelbal in de goede positie te leggen: als de scheidsrechter
van mening is dat de speler niet tracht te stoten, terwijl de pomerans de speelbal wel
raakt, dan is de bal niet in play.
Bal on
Elke bal die volgens de regels het eerst door de speelbal geraakt mag worden, is een bal ‘on’.
Nominated (aangeduide) bal
Een nominated bal is een objectbal, die door de speler bepaald of, ter goedkeuring door de
scheidsrechter, aangewezen wordt en welke door de speelbal als eerste geraakt dient te worden.
Op verzoek van de scheidsrechter dient de speler kenbaar te maken welke bal ‘on’ is.
Pot
Men spreekt van een ‘pot’, wanneer een objectbal, na contact met een andere bal en volgens de
reglementen, in een pocket gespeeld wordt.
Wanneer het een kleur betreft, moet de bal terug op zijn spot geplaatst worden voor de volgende
stroke gemaakt wordt, tot de definitieve pot.
Als er gestoten is, terwijl één of meerdere ballen niet correct waren ‘gespot’ en er geen foul is
toegekend, dan zal/zullen de ballen:
- wanneer ze op tafel zijn, beschouwd worden als correct ‘gespot’;
- wanneer ze niet op tafel zijn gespot worden als de fout wordt toegekend.
De striker is verantwoordelijk voor de juiste plaatsing op de spot voordat er gestoten
wordt.
De rode ballen worden nooit op de tafel teruggeplaatst, ondanks het feit dat een speler
voordeel zou kunnen hebben van een fout.
Break
Als een bal gepot wordt, moet dezelfde speler de volgende stroke maken. Een break is een aantal
opeenvolgende pots in één beurt.
Forced off the table (uitspringende ballen)
Een uitspringende bal is een bal die tot stilstand komt buiten het speel-oppervlak van de tafel en
niet in een pocket. Wanneer het een kleur betreft, moet de bal, indien mogelijk, op zijn eigen
spot teruggeplaatst worden, voordat de volgende stroke gespeeld wordt.
Foul (fout)
Een foul is elke handeling die indruist tegen deze reglementen.
Snookered
Een bal is snookered als een rechtstreekse stroke in een rechte lijn naar eender welke bal ‘on’,
gehinderd wordt door één of meerder ballen niet ‘on’.
Betreft het een bal uit de ‘D’ (in-hand), dan wordt hij alleen ‘snookered’ indien gehinderd vanuit
elke positie op of binnen de lijnen van de ‘D’.
Als de speelbal gehinderd wordt door meer dan één bal, is de bal die het dichtst bij de speelbal
ligt, de daadwerkelijke snookerbal.
Angled
De speelbal is ‘angled’ als een rechtstreekse stroke in een rechte lijn naar welk deel dan ook van
elke bal ‘on’, gehinderd wordt door een hoek van de band.
Is de speelbal ‘angled’ na een fout, dan zal de scheidsrechter ‘ball angled’ aankondigen en mag
de speelbal, indien de striker dit verkiest, uit de ‘D’ gespeeld worden.
Occupied (bezet)
Een spot is ‘occupied’ als een bal er niet op geplaatst kan worden, zonder een andere bal te
raken.
Push Stroke (duwstoot)
Een push stroke is een fout en wordt begaan wanneer de pomerans met de speelbal in contact
blijft,
- wanneer de speelbal contact maakt met de objectbal of
- nadat de speelbal met z’n voorwaartse beweging is begonnen.
Ingeval de speelbal en een objectbal elkaar bijna raken, zal de stroke als reglementair
beschouwd worden als de speelbal de objectbal zo licht mogelijk raakt.
Jump Shot (springstoot)
Men spreekt over een jump shot als de speelbal over een andere bal springt, behalve wanneer
eerst de objectbal geraakt wordt en de speelbal daarna pas over een andere bal springt.
l Als de speelbal over de objectbal springt en deze tijdens het springen raakt, wordt dit
beschouwd als een jump shot.
Miss
Een ‘miss’ wordt gegeven wanneer de referee van mening is dat de speler niet naar beste kunnen
geprobeerd heeft de bal ‘on’ te raken.


HET SPEL

Beschrijving
Het snookerspel wordt gespeeld op een Engelse biljarttafel door twee of vier personen, resp. een
tegen een of twee tegen twee.
Het spel draait om het potten van de ballen en het is tevens een positiespel. Punten worden
verkergen door het scoren van strokes en door fouten van de tegenstander. Winnaar is degene,
die het hoogste aantal punten verzamelt heeft. Ook kan gewonnen worden doordat de
tegenstander het spel opgeeft.
Iedere speler gebrukt dezelfde witte speelbal en er zijn 21 objectballen – 15 rode, die elk 1 punt
waard zijn en 6 gekleurde ballen: geel levert 2, groen 3, bruin 4, blauw 5, rose 6 en zwart 7
punten op.
Scorende strokes worden gemaakt door afwisselend rode en gekleurde ballen te potten tot alle
rode ballen van de tafel zijn gespeeld en daarna de kleuren in volgorde van hun waarden / en wel
van geel naar zwart.
De positie van de ballen
Aan het begin van iedere frame worden de objectballen als volgt geplaatst:
Zwart op de spot, rose op de piramidespot; blauw op de middenspot; bruin op het midden van de
basislijn; groen op de linker- en geel op de rechterhoek van de ‘D’.
De rode ballen worden in de vorm van een driehoek gelegd, waarbij de bal die de top vormt zo
dicht mogelijk bij de rose bal ligt, zonder deze te raken – en de basis van de driehoek parallel en
het dichtst bij de top-band.
l De plaatsen van de objectballen worden meestal genoemd naar de kleur, bijv. zwarte spot,
rose spot, enz.
De speelwijze
De spelers stellen de volgorde van spelen vast, welke gedurende de frame onveranderd moet
blijven.
De eerste speler moet uit de ‘D’ spelen en de frame start met de eerste stroke. De speelbal moet
eerst een bal ‘on’ raken en mag niet in een pocket terecht komen.
Een bal niet ‘on’ mag niet in een pocket terecht komen.
Rood is de bal ‘on’ voor de eerste stroke van iedere beurt, tot alle rode ballen van de tafel zijn.
Elke rode bal, die in één stroke wordt gepot, scoort een punt.
Nadat een rode bal is gepot, is een gekleurde bal de volgende bal ‘on’, die indien gepot, scoort.
Daarna wordt de gekleurde bal terug op zijn spot geplaatst. De break wordt voortgespeeld door
afwisselend rode en gekleurde ballen te potten tot alle rode ballen van de tafel zijn gespeeld.
Wanneer de striker niet scoort, speelt de volgende speler vanaf het punt waar de speelbal blijft
liggen.
De gekleurde ballen zijn dan ‘on’ in de volgorde van hun stijgende waarde en als ze gepot zijn
komen ze niet meer terug op tafel (behalve als voorzien in de volgende paragraaf).
Wanneer alleen de zwarte bal nog op de tafel is en deze wordt gepot of er wordt een fout
gemaakt, dan is de frame ten einde. Wanneer de frame in ’n gelijke stand eindigt wordt de
zwarte bal terug op de spot geplaatst en de spelers tossen wie er gaat spelen.
De speler speelt vanuit de ‘D’ en de eerstvolgende score of fout beëindigt de frame.
Totaal score
In games of matches waarin de totale score telt, geldt bovenstaande regel alleen voor een
gelijkstand na de laatste frame.
De striker moet trachten de bal zo goed mogelijk ‘on’ te raken. Als de scheidsrechter constateert
dat deze regel geschonden wordt, zal hij:
- ‘foul’ roepen
- de niet-speler het betreffende aantal strafpunten als punten toekennen en
- de niet-speler vragen of hij wenst, dat de stoke overgespeeld wordt.
Indien het mogelijk is, de bal ‘on’ te raken, wordt verondersteld dat de speler tracht de bal
‘on’ te raken.
Het spelen vanuit in-hand
Om vanuit in-hand te spelen, moet de speelbal gestoten worden vanaf een plaats op of binnen de
lijnen van de ‘D’.
De scheidsrechter zal desgevraagd beslissen of de bal juist geplaatst is.
Het gelijktijdig raken van twee ballen
Behalve twee rode of een vrije bal en de bal ‘on’, mogen geen twee ballen tegelijkertijd door de
speelbal geraakt worden.
Het plaatsen van de gekleurde ballen
Als een bal geplaatst moet worden en zijn eigen spot is bezet (occupied), dan plaatst men de bal
op de beschikbare spot met hoogste waarde.
Als meerdere gekleurde ballen geplaatst moeten worden en hun eigen spots zijn gezet, dan heeft
de bal met de hoogste waarde voorrang.
Als alle spots bezet zijn moet de kleur zo dicht mogelijk bij de eigen spot geplaatst worden.
Touching ball
Als de speelbal een andere bal raakt die ‘on’ is of kan zijn, zal de scheidsrechter ‘touching ball’
aangeven.
De striker moet dan van deze bal weg spelen of het is een push stroke. Het wordt niet als fout
aangerekend, als men zo wegspeelt, indien
- de bal niet ‘on’ is;
- de bal ‘on’ is en de striker de bal als zodanig aanduidt (‘nominates’) of
de bal ‘on’ is en de striker een andere bal aanduidt en eerst raakt.
Het bewegen van een ‘touching’ bal.
Als de scheidsrechter constateert, dat een ‘touching’ bal bewogen is door toedoen, anders
dan van de speler, wordt dit niet als fout aangerekend.
De bal op de rand van een pocket
Als een bal in een pocket valt, zonder door ’n andere bal geraakt te zijn, moet hij teruggeplaatst
worden.
Als zo’n bal geraakt zou worden, door welke bal dan ook, betrokken bij een stroke, dan moeten
alle ballen, betrokken bij die stroke, worden teruggeplaatst en de stroke opnieuw worden
gespeeld.
Wanneer de bal voor een ogenblik op de rand balanceert en vervolgens in een pocket valt, mag
deze bal niet teruggeplaatst worden.
Free ball
Als een bal ‘snookered’ wordt na een fout, zal de scheidsrechter ‘free ball’ aangeven. Wanneer de
tegenstander de volgende stroke speelt, mag hij iedere willekeurige bal als ‘on’ aanduiden.
Voor wat betreft deze stroke zal zo’n bal beschouwd worden als de bal ‘on’ en ook diens waarde
hebben. Het wordt als fout aangerekend, indien de speelbal niet de ‘free ball’ als eerste raakt of
waanneer de speelbal (behalve in het geval dat rose en zwart nog op de tafel zijn) door de ‘free
ball’ wordt gepot.
Hij wordt dan teruggeplaatst en scoort de waarde van de bal ‘on’. Als de bal ‘on’ gepot wordt, telt
deze score. Indien zowel de ‘free ball’ als de bal ‘on’ gepot wordt, scoort slechts de waarde van
de bal ‘on’.
Fouls
Als een fout wordt begaan:
Zal de scheidsrechter onmiddellijk ‘foul’ mededelen en bij beëindiging van de stroke de
strafpunten mededelen.
Wordt een fout door de scheidsrechter of de tegenpartij niet opgemerkt voordat de volgende
stroke gemaakt wordt, dan wordt deze niet aangerekend.
Als een bal niet juist op de spot geplaatst is, moet deze toch blijven liggen, tenzij hij van tafel is,
dan moet hij wel op de juiste spot gelegd worden. Alle punten, gemaakt voordat de fout
geconstateerd of door de tegenstander opgeëist wordt, worden toegekend. Na een fout wordt de
volgende stroke gespeeld van waar de speelbal tot stilstand is gekomen.
Wordt er meer dan één fout gemaakt in dezelfde stroke, dan wordt de fout met de hoogste
strafpuntwaarde toegekend.
De speler die de fout heeft gemaakt krijgt het voorgeschreven aantal strafpunten (welke bij de
score van de tegenstander worden bijgeteld) en moet opnieuw spelen indien de speler die na
hem aan de beurt is, hierom verzoekt. Als zo’n verzoek eenmaal gedaan is, kan dit niet meer
ingetrokken worden.
Penalties
De volgende situaties leveren vier, of indien anders vermeld, meer strafpunten op.
De waarde van de bal ‘on’, terwijl er gestoten wordt:
- terwijl de ballen niet stil liggen
- en de speelbal meer dan een maal geraakt wordt
- met beide voeten van de vloer
- door een speler die niet aan de beurt is
onjuist vanuit de ‘D’.
De waarde van de bal ‘on’ terwijl veroorzaakt wordt:
- dat de speelbal alle objectballen mist
- dat de speelbal in een pocket komt
- een ‘snooker’ met een ‘free ball’
- een ‘jump shot’.
De waarde van de bal ‘on’ of de betreffende bal, terwijl veroorzaakt wordt:
- dat een bal niet ‘on’ in een pocket komt
- dat de speelbal eerst een bal niet ‘on’ raakt
- een ‘push stroke’
- een stroke terwijl de bal onjuist op de spot geplaatst is
- dat de bal door iets anders dan door de pomerans geraakt wordt
- dat een bal van de tafel af gespeeld wordt.
De waarde van de bal ‘on’ of de hogere waarde van de twee ballen als de speelbal tegelijkertijd
twee ballen raakt, behalve wanneer het twee rode ballen betreft of een ‘free ball’ en de bal ‘on’.
Zeven strafpunten worden toegekend wanneer de speler:
- na het potten van een rode bal een fout begaat, voordat hij een kleur heeft aangeduid
- een bal van de tafel gebruikt voor welk doel dan ook
- in opeenvolgende stoten rode ballen speelt
- ’n andere bal dan de witte als speelbal gebruikt.
Een, niet door de striker, bewogen bal
Wanneer een bal, stilliggend of in beweging, verstoord wordt door iets of iemand buiten de
striker, zal de scheidsrechter de bal terugplaatsen.
l Deze regel voorziet ook in geval de speler door andere oorzaken een bal aanraakt. Een
speler is niet verantwoordelijk voor enige verstoring van de ballen door de scheidsrechter.
Stalemate (patstelling)
Als de scheidsrechter verwacht, dat een patstelling bereikt zal worden, zal hij de spelers
waarschuwen dat, indien de situatie niet snel verandert, hij de frame ongeldig zal verklaren. De
frame moet dan opnieuw gestart worden met dezelfde speelvolgorde.
Snooker met vier personen
Wanneer er gespeeld wordt met 4 personen, zal iedere partij om beurten een frame beginnen; de
speelvolgorde zal aan het begin van iedere frame bepaald worden en mag gedurende die frame
niet gewijzigd worden.
Aan het begin van iedere frame mag de speelvolgorde wel gewijzigd worden. Als na een fout op
verzoek opnieuw gespeeld moet worden, dan moet de speler die de fout maakte, opnieuw spelen
en blijft de oorspronkelijke speelvolgorde gehandhaafd. Als een frame in een gelijkspel eindigt,
speelt de partij die de toss wint de eerste stroke, waarbij men zelf beslist wie van de twee spelers
speelt. Daarna moet de speelvolgorde als in de frame gehandhaafd blijven.
Partners mogen met elkaar overleg plegen tijdens de game, echter niet wanneer de striker aan
de tafel staat, of na de eerste stroke van zijn break.


DE SPELERS

Tijdverlies
Wanneer de scheidsrechter van mening is, dat een speler ongewoon veel tijd neemt voor een
stroke, dan zal de speler gewaarschuwd worden voor een eventuele diskwalificatie.
Onsportief gedrag
Een speler verliest de game, wanneer hij weigert verder te gaan met een frame of wanneer hij
zich, in de ogen van de scheidsrechter, herhaaldelijk of opzettelijk onsportief gedraagd. Hij loopt
dan tevens het risico, uitgesloten te worden van andere comptities.
Straf
Wanneer de overwinning aan een speler toegewezen wordt op grond van ’t hierboven genoemde,
dan zal de overtreder de game verliezen en al zijn gescoorde punten kwijt raken.
De andere speler zal dan de waarde van de ballen die nog op tafel zijn, bijgeteld krijgen, waarbij
iedere rode bal goed is voor acht punten.
De ‘non-striker’ (niet-speler)
De speler die niet aan de beurt is moet, terwijl de tegenstander speelt, vermijden zich in dines
gezichtsveld te bevinden; hij dient op een redelijk afstand van de talfel te staan of te zitten.
Afwezigheid
In geval een speler even niet in de zaal aanwezig is, mag hij iemand aanwijzen om zijn belangen
te behartigen en, indien nodig, om een fout te claimen.

DE OFFICIALS

De scheidsrechter
De scheidsrechter dient de enige beoordeler te zijn over sportief en onsportief gedrag en hij is
verantwoordelijk voor een juiste naleving van de spelregels en hij grijpt in wanneer dit niet
gebeurt.
De scheidsrechter zal op verzoek van een speler de bal schoonmaken.
Een scheidsrechter zal geen antwoord geven op een vraag, die niet door dit reglement
bekrachtigd wordt. Hij mag geen enkele aanwijzing geven als een speler op het punt staat een
fout maken.
Hij mag geen enkele raad of mening geven met betrekking tot het spel.
Wanneer de scheidsrechter enig voorval niet heeft opgemerkt, dan mag hij om een beslissing te
nemen de mening van de toeschouwers vragen.
De scheidsrechter mag geen vraag beantwoorden betreffende het verschil in punten, doch
enkel de stand doorgeven.
De marker (score-schrijver)
De marker houdt de score bij op het scorebord en assisteert de scheidsrechter bij het uitoefenen
van zijn taken.
Op verzoek van de speler zal de marker of de scheidsrechter zich zodanig plaatsen dat hij
het licht, waar de speler last van heeft, kan afschermen.
Deze regels kunt u downloaden van de internet-site www.poolbiljart.nl